Resident Evil 5
Door Myron de Vrede op 23 Maart 2009, RecensieWe hebben er even op moeten wachten, maar eindelijk is het weer zover: een nieuw deel in de bijkans legendarische Resident Evil serie is in ons midden. Bereid je weer voor op avonden gangetjes doorsluipen, in je eentje, met veel te weinig munitie voor veel te veel akelige zombies en andere gruwelijkheden die je trachten om te brengen.
‘We are partners, till the end!’
Pardon, in je eentje? Het basisprincipe van het survival horror genre is dat je vrijwel altijd alleen bent. Je hebt wel de incidentele missie waar je iemand door een stuk van het level moet loodsen, maar je bent vrijwel altijd op jezelf aangewezen (op de matige Obscure serie na dan). De makers van Resident Evil trekken meteen aan de rem om dit cliché te omzeilen en geven je aan het begin van je missie, gesitueerd in het fictieve plaatsje Kijuju in het minder fictieve werelddeel Afrika, een partner om mee samen te werken. Of om mee te stoeien. want Sheva (spreek uit: Sjebba) heeft dikwijls het IQ van een bevroren visstick.
Jijzelf speelt Chris Redfield, hoofdrolspeler uit onder andere het allereerste Resident Evil deel, die ondertussen niet meer bij S.T.A.R.S werkt maar voor B.S.A.A. Deze organisatie spoort overgebleven technologieën en virussen op van wijlen Umbrella, de organisatie die verantwoordelijk was voor de massale zombie-uitbraken in de voorgaande delen. Minus deel 4, waar de zombies werden vervangen door Ganados. Deze tegenstanders waren mensen geïnfecteerd door parasitaire wezens.
Klinkt een beetje ingewikkeld? Dat komt doordat het Resident Evil universum ondertussen al zo groot en rijk is, dat een beetje achtergrondinformatie geen overbodige luxe is voordat je gaat beginnen met dit deel. Of je moet gewoon van veel knallen en schieten houden, want dan kom je ook goed aan je trekken.
Survival horror?
Knallen en schieten? Ja, het tweede wat de makers overboord hebben gesmeten is eigenlijk het survival horror element. Chris en Sheva krijgen namelijk al direct de missie om een deal tussen twee partijen, die handelen in de virussen van Umbrella, te verijdelen, maar zien al gauw de complete bevolking van Kujiuju tussen hen en het doel staan. Deze worden net als de Ganados bevolkt door een keur aan lelijke parasitaire wezens die ervoor zorgen dat men ziekelijk agressief wordt en het tweetal al gauw achterna komen rennen met stokken, messen en bijlen. Op klaarlichte dag, in plaats van de duistere en mistige situaties in de vorige delen, word je op de hielen gezeten door de nauwe straatjes van de shanti dorpjes en moet je alles en iedereen van je zien af te schieten. Munitie en wapentuig worden rijkelijk verschaft, dus je kunt je vrij moeiteloos van de ene actiescène naar de andere explosierijke aanvaring manoeuvreren.
Het laatste beetje survival horror wordt netjes uit de game geslagen, wanneer je je in een bepaalde scène achterop een jeep zit die bewapend is met twee enorme machinegeweren. De ‘zombies’ komen achter je aan op motoren, molotov cocktails in de aanslag, en bepantserde vrachtwagens. Tussen de enorme explosies kun je nog net een beetje waarnemen van de schitterende Afrikaanse landschappen.
Maar is het nu echt zo erg dat het geen survival horror game meer is? Nou, ik moest de eerste paar missies wel even slikken. Resident Evil lijkt nu meer op Gears of War dan op de voorgaande bangmakende delen. Als je het rare gevoel echter van je weet af te schudden, blijkt het wel een van de betere actiegames te zijn die ik de afgelopen tijd heb mogen spelen. Al zorgen een paar kleine dingen er wel voor dat de game zich niet bij grootmachten als Gears of War of Uncharted mag scharen.
Ruzie met de besturing
Een veelgehoord kritiekpunt van de demo was dat gamers de besturing niet fijn vonden. Voor alle snelle en hectische actie bewegen Chris en Sheva zich namelijk best houterig. Strafen zat er niet bij en als je wilde richten moest je stilstaan. Bij de uiteindelijke versie is strafen wel een mogelijkheid, maar nog steeds niet als je je wapen hebt getrokken. Ikzelf vond het op zich niet zo’n probleem om stilstaand te mikken en de reden waarom de makers ervoor hadden gekozen was om de actie wat statisch en akeliger te maken. Het tegengewicht hierop is echter dat monsters eerst naar je toe komen gerend en vlak voor je opeens gaan stilstaan zodat je makkelijk kan mikken. Zelf had ik het fijn gevonden dat je net zoals bij Gears of War mikkend wat trager gaat lopen. De actie gaat dan veel dynamischer aanvoelen.
En over Gears of War gesproken: ook een coversysteem wordt op de helft van de game geïntroduceerd. Op een bepaald moment gaan de zombies namelijk met wapens op je schieten, dus is het wel goed dat je achter muurtjes kan schuilen. Echter werkt het weer net wat houteriger en vervelender dan bij andere games, wat ook weer voor de nodige irritatie kan zorgen. Er is nog maar één ding nog vervelender…




) dan moet je WEER
stoppen om alles in je inventory te schikken. Sheva is het
enige minpunt (maar in co-op is dat geen probleem. 
Vooral hoe je Shiva beschrijft,
haha.
.





