Battlefield: Bad Company
Door Robbin van Schagen op 05 Juli 2009, RecensieDICE (Digital Illusions C.E.) timmert sinds zes jaar flink aan de weg met de Battlefield-serie. ‘Dont change something that ain’t broken’ zal men in Stockholm gedacht hebben. Met Battlefield: Bad Company gooit DICE het echter toch over een heel andere boeg.
Bad Company is namelijk het eerste deel van de Battlefield-serie waar de ontwikkelaars serieus aandacht aan de singleplayer besteed hebben. Jij speelt als soldaat Preston Marlow en hebt een strafblad waar menigeen ‘U’ tegen zal zeggen. Je hebt van de militaire rechtbank de keuze gekregen om weg te rotten in een cel óf om plaats te nemen in de B-Company van het Amerikaanse leger; vanzelfsprekend heb je voor het laatste gekozen. Samen met explosievenjunkie Haggard, de intellectuele Sweetwater en je sergeant (die, hoe origineel, door het leven gaat als Sarge) knap je het vuile werk op voor de Amerikanen, die in een oorlog met Rusland zijn beland. Hier en daar blaas je een paar radarposten op, dan weer veeg je een berghelling schoon van Russische huurlingen; alles gaat zo zijn gangetje, totdat jullie op een gegeven moment over een goudspoor struikelen. Vanaf dit moment gaan alle remmen los in de zoektocht naar onmetelijke rijkdom.De verhaallijn is verder niet bijzonder origineel, maar kenmerkt zich wel door een ontzettend grote hoeveelheid droge humor. Vooral Haggard wist vaak een glimlach op mijn gezicht te toveren met zijn heerlijke over-the-top dialoog. Aan de ene kant maakt de humor dat het spelen van de singleplayer een stuk leuker wordt, maar aan de andere kant schuilt er ook een gevaar in wanneer er voor de zoveelste keer een droge grap gemaakt wordt als de actie met al zijn geweld van je scherm spat. De mix tussen actie en plezier wordt nog eens onderstreept door het respawn- en healthsysteem. Wanneer je in een spel als bijvoorbeeld Call of Duty 4 dood gaat, zal je vanaf je laatste checkpoint opnieuw moeten beginnen: in Bad Company respawn je en kom je terug in het slagveld zoals jij dat hebt achtergelaten, voordat je de pijp uit ging. Dit zorgt er voor dat je niet de frustratie hebt van het opnieuw spelen van een heel stuk, maar aan de andere kant hecht je minder waarde aan je leven, omdat je weet dat je verder kunt gaan waar je gebleven bent.
Bad Company is tevens het eerste spel dat gebruikt maakt van de geheel nieuwe, door DICE ontwikkelde Frostbite-engine. Deze engine is wat Bad Company onderscheidt van alle andere schietspellen die tot nu toe in de schappen liggen: alles kan kapot. En met ‘alles’ bedoel ik ook echt alles. Huizen en muren bieden geen bescherming meer: een welgemikte granaat of gewoon bruut beschieten met een tank vaagt in één keer het hele huis van het speelveld. Natuurlijk blijven er wel wat muren staan om de gameplay niet te bederven (wie vindt het immers leuk om in een vlak, kapotgeschoten landschap te spelen), maar het overgrote deel van iedere map kan helemaal kapotgeschoten worden. Ook de grote hoeveelheid explosieven in een map is een waar feest; het geeft een geweldig goed gevoel als je je tegenstander met een welgemikt schot met huis en al opblaast. De mensen die het liever iets subtieler aanpakken kunnen er natuurlijk ook voor kiezen een boom boven op iemands hoofd te laten vallen. Geweldig!





).





